Het verhaal van Caroline

Het was nog geen tien minuten later toen Melanie met tranen op haar wangen het huis van Sophie in kwam stormen.
 Huilend sloeg ze haar armen snel om Sophie heen, die met grote bange ogen naast Vince in de woonkamer stond.
 'Sophie... ik ben zo bang!', snikte ze. 'Ik heb allemaal enge dromen over dat ouijabord...'
 Melanie's tranen vielen op Sophie's pyjama terwijl Sophie twijfelend op Melanie's rug klopte en sussend zei dat het wel goed zou komen. 
'En...', stotterde ze. 'Menno vertelde me ook dat hij t...'
 Ze kon niet meer uit haar woorden komen. Huilend liet ze zich op de bank vallen.
Vince stond boos naar Melanie te kijken. 
'Moet ik je nu zielig vinden?', vroeg hij. Melanie keek met rode ogen verbaasd op en Sophie's mond viel open.
 'Denk je nou echt dat wij medelijden met jou hebben?' Vince kwam op Melanie af. 'Eerst laat je Sophie stikken voor Menno en nu hij er niet is, kom je weer bij ons aan!' 
De ogen van Vince stonden woest. Sophie zei dat hij rustig moest blijven, maar het deed hem niks. 
'Ga lekker bij Menno uitjanken. Je hebt hier niets te zoeken!'
 Melanie's handen begonnen te trillen. 'Wat?', riep ze niet-begrijpend. 'Ik ben niet voor Menno naar huis gegaan! Ik was gewoon bang door dat ouijabord! Ik...'
 -'Oja?', onderbrak Vince haar. 'En waarom kom je dan weer hier als je zo bang bent?' Melanie begon te stotteren. 'W-wat bedoel je? Waarom doe je zo boos? Ben je jaloers dat ik Menno leuk vind ofzo?' Vince werd helemaal rood. 
'Jaloers!?' Hij spuugde het woord zowat uit. 'Denk je nou echt dat ik jaloers ben op zo'n d...' -'Genoeg!', schreeuwde Sophie toen. Opeens was het helemaal stil. 
Vince keek naar de grond en Melanie was weer in huilen uitgebarsten. 
'Het spijt me', fluisterde ze. Vince schudde zijn hoofd. 'Sorry, ik wilde je niet zo overstuur maken...'
 Toen hoorden ze de voordeur open gaan. Sophie versteende en Melanie's ogen werden groot. 
Vince deed wat stappen achteruit. 'Wie is daar?' 
Een lijkbleek gezicht kwam tevoorschijn. Het was Menno. Snel sloot hij de deur. 
Met zware voetstappen kwam hij de woonkamer in lopen. 
'Dit is gekkenwerk. Ik moest via mijn raam van het dak springen om niet gesnapt te worden door mijn ouders! Wat zullen ze denken als ze zien dat mijn bed leeg is? En oké, ik kan ook niet slapen, maar konden we dit niet iets later doen? Ik...' Menno stopte abrupt met praten toen hij Melanie in elkaar gedoken op de bank zag zitten. 'Melanie? Wat is er?' 
De stilte was om te snijden. Sophie hoorde haar hart bonken en voelde hoe Vince zachtjes in haar hand kneep. De ademhaling van de vier vrienden in de kamer was duidelijk te horen. 
'Het gaat om het ouijabord', antwoordde Sophie uiteindelijk. 
Menno pulkte zenuwachtig aan zijn nagels. 'Ik heb daar ook problemen mee... Ik zie steeds twee vage gezichten voor me die naar me schreeuwen en boos zijn... Ik weet niet wie het zijn of waarom ze het doen, maar ik denk dat het met dat ouijabord te maken.' 
Vince knikte zachtjes. 'Sophie heeft ook een droom gehad over haar oma...' -
'Ja...', vulde Sophie hem aan. 'Mijn oma vertelde dat het ouijabord vervloekt was. Ze zei dat we het goed af moesten sluiten of zoiets, maar omdat jullie twee...' Sophie keek Menno en Melanie boos aan. '...weg zijn gegaan, hebben we het niet goed afgesloten. Mijn oma zei toen dat alleen Lucia ons nog kon helpen...' 
Melanie keek verschrikt naar Sophie. 'Lucia Blauw?'
 Sophie knikte. 
'Wat?' Menno schudde heftig zijn hoofd. 'Dat gestoorde wicht uit het dorp? Echt niet! Hoe kan zij ons nou helpen? Ze praat nauwelijks! En ze heeft ook nog eens paars haar!' 
-'Ik weet het Menno...', zei Sophie twijfelend. 'Maar mijn oma zei dat zij ons kon helpen. We moeten het gewoon proberen...' Melanie beet op haar nagels.
 'Wat wil je gaan doen dan?' -'Ik heb een plan', zei Sophie. 'Maar ik weet niet of het gaat lukken...'
 Menno was ondertussen op de salontafel gaan zitten en Vince trok Sofie op zijn schoot. 
'Het is nu tien over vijf. Elke zondagochtend om zes uur gaat Lucia vissen bij een vijvertje vlak bij haar huis. Dan kunnen we met haar praten en vragen hoe ze ons kan helpen.' 
BAM! Opeens hoorden ze een luid kabaal in de keuken.
 Melanie slaakte een gil en Sophie sprong achteruit. Menno stopte met praten en verborg zijn gezicht in zijn handen.
 'Wat was dat?', fluisterde Vince bang. 
'Misschien de ouders van Sophie?', fluisterde Menno terug terwijl hij hoopvol naar Sophie keek. 
Sophie schudde bibberig haar hoofd. 'Mijn ouders zijn naar Italië en mijn zus is waarschijnlijk weer stiekem bij haar vriendje aan het slapen.' 
Het was stil. Het enige wat ze hoorden was het getik van de klok en gekraak van de vloer. Een koude windvlaag waaide door het huis. De brandende kaars op een tafeltje ging uit.
 Sophie gilde en Melanie kroop onder de bank. Menno's ogen vulden zich met tranen van angst. 
'Ssst', siste Vince. 
Zachtjes sloop hij richting de keuken.
 Sophie wilde hem nog tegenhouden, maar hij was te snel. 
Eenmaal aangekomen in de kamer keek Vince rond. Het kapotte stukgeslagen raam was hem meteen opgevallen. Er zat een groot gat in. Toch was het niet groot genoeg om een mens erdoor te laten. 
Vince liep weer de woonkamer in. 
'En?', vroeg Melanie bibberend.
 'Ik weet het niet zeker maar... ik denk dat er iemand in wilde breken', zei Vince. 
'Wat!?', gilde Sophie. Vince pakte haar handen. 'Rustig maar. Er is niemand in het huis. Ze hoorden waarschijnlijk ons gegil en zijn er toen vandoor gegaan.'
 Sophie keek angstig voor zich uit. 
'Oh ja? Hoe kon je dat zien dan?', vroeg Menno. 
'Nou, het raam is grotendeels kapot geslagen.' 
'Oh', zei Menno. 'En de kaars dan? Hoe is die uit gegaan?'
 Vince zuchtte. 'Ik weet toch ook niet alles! Misschien door de wind? Weet ik het?'
 Terwijl de jongens kibbelden, keek Sophie op de klok. 'Hee jongens, het is half zes... Is het niet beter als we ons gaan aankleden en naar het vijvertje gaan? Slapen is nu toch geen optie meer...'



 

Twintig minuten later stond het viertal bibberend van de kou bij het vijvertje, vlakbij Lucia's huis. 
Sophie keek angstig naar haar schoudertas waar het vervloekte ouijabord in was opgeborgen. Ze voelde sterk de aanwezigheid van het bord.
 Vince had zijn arm om Sophie's middel heen geslagen, wat haar een vertrouwd gevoel gaf. 
'Kijk, daar!' Vince wees naar twee gedaantes die tevoorschijn kwamen en naar het meer liepen. Het knalpaarse haar van Lucia gaf bijna licht. 
Menno wilde bijna haar naam schreeuwen, maar Sophie hield hem tegen. 
'Laat mij maar.'
 Sophie liep zachtjes richting Lucia en haar vader, maar verstopte zich achter een boom. Toen haar vader even weg liep om iets te gaan halen, greep Sophie haar kans.
 Sophie liep naar Lucia en tikte haar zachtjes aan. 'Lucia?' 
Lucia draaide zich om en keek zonder enige verbazing recht in Sophie's ogen. Lucia's ogen waren zo lichtblauw dat het Sophie een beetje bang maakte. Sophie pakte haar tas en drukte die in Lucia's handen. 'We hebben een heel groot probleem! Er zit hier een vervloekt bord in en we hebben last van geesten en we krijgen erge nachtmerries en het glas bewoog op het bord en zei dat hij onze ergste nachtmerrie was en...'
 Sophie schudde met haar hoofd en zuchtte. 'Sorry, ik...'
 Maar Lucia knikte en fluisterde: 'Haal vrienden hier.' 
Sophie draaide zich vol verbazing om en seinde naar haar het drietal dat ze erbij moesten komen. 
In een rondje gingen ze om Lucia heen staan. Lucia legde het ouijabord bord in het midden en seinde dat ze op hun knieën rond het bord moesten gaan zitten. 
Toen pakte ze Menno's hand en legde die op het midden van het bord. Bij Melanie, Sophie en Vince deed ze hetzelfde. 
'Zeg na: Nos deditionem.'
 Zenuwachtig zei het viertal de woorden na.
'Goed. Klaar.' Lucia vouwde het bord weer op, pakte een aansteker uit haar zak en voordat Sophie het wist stak ze het in brand. 
'Nee! Wat doe je!', schreeuwde Sophie. 
Lucia glimlachte terwijl het bord langzaam in een hoopje as veranderde. 'Verbranden.'
 -'M...maar... huh? Ik snap het niet! Je kon het toch niet vernietigen? Nu zullen de geesten ons voor altijd volgen!'
, riep Vince. Lucia schudde haar hoofd. 'Als het in gebruik was: ja. Als het niet gebruik was: nee.' 
Sophie snapte er niks van.
'Jullie hebben 'Nos deditionem' gezegd', legde Lucia uit toen ze Sophie's verbaasde gezicht zag. 'Dat betekent: wij geven ons over in het Latijns. Jullie zijn verlost.' 
Vince juichte. 'Echt waar?! Is het klaar? Was dat het enige wat we moesten doen?' 
Lucia knikte.
 Melanie, Menno en Vince juichten en Lucia gooide de resten van het bord de vijver in. 'Maar...' Sophie schudde haar hoofd. 'Ik...'

-
'Jouw oma heeft bord gekocht bij mijn moeders winkel', zei Lucia. 'Ik ken dat bord, ik weet hoe het werkt. Maar nu bord is kapot, probleem opgelost.' 
Lucia wilde weglopen, maar Sophie hield haar tegen. 
'Lucia?' Sophie keek Lucia aan. 'Bedankt!'
 Toen draaide Sophie zich om en wendde zich tot Vince.
 'Het is opgelost. Geen problemen meer!' Vince knuffelde Sophie en gaf haar een kus. 
'Hee, uhh... Sophie?' Menno kwam twijfelend op haar af. 'Het spijt me dat ik zo stom deed gisteren. Ik wilde niet...' -
'Het is al goed', antwoordde Sophie. 
'Mooi!' 



'Nu is alles goed he?', zei Sophie zacht tegen Vince.
 'Nou, nog niet helemaal...', antwoordde hij. Vince pakte zijn mobieltje en toetste wat in.
 'Wat doe je?', vroeg Sophie nieuwsgierig.
Vince gaf zijn mobieltje aan Sophie.
 Sorry Sara. Het spijt me dat ik het 
via een sms moet uitmaken, 
maar ik vind een ander 
meisje leuk. Het ligt niet aan jou.
 xx Vince.
 En voordat Sophie nog iets kon doen, drukte Vince op versturen...