Het verhaal van Lot

Sophie drukte het gesprek weg en zuchtte. Wat had ze zich toch weer ongelofelijk in de nesten gewerkt. Ze kon zich de woorden van haar oma nog maar al te goed herinneren. Ze moesten dit oplossen. Sophie voelde aan haar hals. Daar hing de ketting die ze van haar oma had geërfd. Vince keek haar aan. Sophie glimlachte naar hem. Ze keek naar de televisie met de rode letters. Lucia Blauw… Op dat moment ging de bel en Sophie deed open. Menno en Melanie hijgden als gekken en ze zagen er doodsbang uit. 'Kom binnen', zei Sophie. 'Vince is in de woonkamer.' Melanie keek verbaasd. 'Vince? Is hij gebleven dan?' Ze trok haar jas uit en hing hem aan de kapstok. 'Ja, Vince wel', zei Sophie lichtelijk geïrriteerd. Ze voelde weer aan haar hals. Waar was haar ketting opeens gebleven? Ach, ze had hem vast afgedaan zonder erbij na te denken... De vrienden liepen de kamer binnen en Menno groette Vince. Er viel een ongemakkelijke stilte. 'Menno en ik willen jullie wat zeggen', zei Melanie en ze stootte hem aan. 'Oh…eh, ja! Het spijt ons dat we weggingen', zei Menno. Melanie vulde hem aan: 'Het was stom van ons, we hadden jullie hier nooit alleen achter mogen laten, maar we waren zo bang! Blijkbaar was Vince wel zo aardig om wel te blijven.' Sophie wist niet wat ze moest zeggen en zei daarom niks. 'Dus, wat is je plan, Sophie?', vroeg Vince. Sophie vertelde de anderen over haar droom met haar oma. 'We moeten het bord tevreden stellen. Daarvoor hebben we de hulp van Lucia Blauw nodig.' Vince knikte. 'We hebben haar volledige naam en adres. Op het internet kunnen we haar telefoonnummer vast wel ook vinden, dan kunnen we haar bellen', zei Vince. Hij ging achter de computer zitten en typte Lucia’s naam en adres in. Hij klikte iets aan en inderdaad: het telefoonnummer van Lucia Blauw verscheen in beeld. 'Yes!', riep Sophie en ze omhelsde Vince. Melanie zag het en grijnsde. Sophie stak haar tong naar haar uit. Menno was al naar de telefoon gelopen en toetste het nummer in. De telefoon was nog maar twee keer over gegaan toen er al werd opgenomen. Er klonk een vrouwenstem. 'Met Lucia Blauw! Kan ik jullie helpen, kinderen?' De vrienden keken elkaar verbaasd aan. Hoe kon die vrouw nou weten dat ze met meerdere mensen waren? En dat ze nog minderjarig waren? Ze hadden nog niets eens wat gezegd! Sophie kreeg een vreemd en angstig gevoel in haar buik. Het was Menno die het woord nam. 'Dag, mevrouw Blauw. Wij hebben uw hulp nodig.' -'Ik weet wat jullie probleem is', onderbrak Lucia hem. 'Sophie’s oma heeft mij alles al verteld.'. Sophie voelde een koude rilling over haar rug. Had Lucia met haar oma gepraat? Misschien was ze wel zo’n paranormaal begaafde vrouw die met geesten kon praten. Sophie had daar nooit in geloofd, maar nu…
'Luister kinderen', ging Lucia verder. 'Jullie moeten voortaan voorzichtiger zijn! Ik zal jullie vertellen wat jullie moeten doen. Het is heel simpel. Jullie moeten verder gaan met het spel en contact maken met de 'Heren'. Het is gevaarlijk, dus doe alsjeblieft voorzichtig! Als jullie contact met ze hebben, kunnen jullie je excuses aan hen aanbieden.' -'De Heren?', vroeg Sophie verward. 'Wie zijn dat? En wat als ze onze excuses niet aannemen?' Lucia antwoordde snel. Het leek opeens of ze haast had. 'Eigenlijk zijn het geesten, maar noem ze niet zo, want je moet netjes tegen ze zijn, anders maak je ze kwaad. Waarschijnlijk zullen ze jullie excuses niet aannemen en daarom moeten jullie hen iets bijzonders geven.' Wat bedoelde ze daar nou weer mee? Sophie wilde het vragen, maar voordat ze wist, hoorde ze een pieptoon. Lucia had opgehangen...

 

Terwijl Melanie naar de wc ging, zaten Menno, Vince en Sophie verloren voor zich uit te staren. Sophie dacht na over de woorden van Lucia. Wat bedoelde ze toch? Wat moesten ze de Heren voor bijzonders geven? Op dat moment kwam Melanie de kamer binnen stormen. 'Moeten jullie dit zien!', riep ze. Sophie zag dat ze iets in haar hand had en herkende het gelijk. Het was een dunne zilveren draad met daaraan een edelsteen omhuld met zilveren bloemetjes; de ketting van haar oma. Snel gaf Melanie het aan Sophie. 'Kijk, er hangt ook een briefje aan.' Sophie las het briefje voor. 'Lieve kinderen, deze ketting beschermt jullie. Bied de Heren jullie excuses aan en heb vertrouwen. Veel succes, Lucia.' Dus dat moesten ze de Heren geven… hun vertrouwen! Sophie deed haar ketting om. Gelukkig had ze hem weer terug. Toen sprong Vince op. 'Ik begrijp het!', zei hij. 'Die ketting beschermt ons. Als wij hem aan de Heren geven zijn we kwetsbaar, dus dan geven we hen ons vertrouwen.' Hij keek de anderen doordringend aan. Wat was Vince toch geniaal! Menno stond op. 'Komen jullie?' vroeg hij. 'We gaan verder met het spel!'

 

Met zijn vieren gingen ze weer aan tafel zitten. Het ouijabord lag in het midden en het glas stond erop. Sophie besloot het woord te nemen. 'Heren, wij willen onze excuses aanbieden. Het spijt ons dat we jullie hebben gestoord en niet verder zijn gegaan met het spel. We zitten hier om verder te spelen.' Verwachtingsvol keken ze allemaal naar het glas. Er gebeurde niets. Of... toch wel? Sophie staarde naar het glas en plotseling zag ze het: het trilde! 'We hopen dat jullie onze excuses aanvaarden', zei ze daarom hardop. 'Zo niet, dan hebben we nog iets bijzonders dat we jullie willen geven: ons vertrouwen.' Sophie haalde de ketting van haar nek en hield hem omhoog. Daarna deed ze hem weer om. Opeens begon het glas harder te trillen. Steeds harder en harder. En toen spatte het uit elkaar. Melanie gilde en in een fractie van een seconde zag Sophie de scherven op zich af komen. En toen stopten ze; de scherven hingen in de lucht! Ze vlogen terug naar het ouijabord en vormden samen weer een glas. De vrienden knipperden met hun ogen. Hoe kon dit? Daar stond weer een heel glas! 'Je ketting, Sophie', fluisterde Vince. 'Hij heeft ons beschermd!' Opeens begon het glas weer te bewegen. Iedereen dook onder tafel en de lampen in de woonkamer begonnen te knipperen. 'Misschien is het een boodschap!', riep Sophie. 'Kom, we moeten op het bord kijken!' Voorzichtig ging iedereen weer aan tafel zitten en inderdaad: het glas bewoog weer. Hij ging als eerste naar de T, toen naar de E en daarna naar de S. Als laatste volgde een T. T-E-S-T. 'Het glas was een test?', zei Sophie. De anderen knikten. 'Geloven ze nu we ze die ketting hebben gegeven dat we hen vertrouwen?', vroeg Menno voorzichtig. Hij keek een beetje bang. Niemand gaf direct antwoord en daarom nam Sophie de leiding. 'We moeten nu iets doen', zei ze. Iedereen knikte. Melanie begon te praten. 'Heren, aanvaart u onze excuses? Wij schenken jullie ons vertrouwen. In ruil daarvoor willen we graag dat jullie ons met rust laten. Dan beloven wij jullie ook nooit meer te storen, oké?' Het glas bewoog weer. Dit keer maakten de Heren meerdere woorden. O-K-E. 'Oké!', zei iedereen hardop.G-E-E-F. 'Geef!' D-I-E. 'Die!' K-E-T-T-I-N-G. 'Ketting!' -'We moeten hen de ketting geven', zei Vince en hij keek Sophie aan. Sophie begreep het. Haar oma wilde dit vast ook. Ze deed haar ketting af en legde hem in het glas. Plotseling was het verdwenen. De ketting was weg. Hopelijk hielden de Heren zich aan hun woord. Sophie stond op. 'Ik denk dat het nu klaar is', zei ze. 'Waarschijnlijk is alles nu achter de rug. We bellen elkaar meteen als er iets gebeurt, oké?' De anderen knikten. Sophie was opgelucht. 'Dan kunnen jullie nu wel naar huis gaan, denk ik.' Vince schudde zijn hoofd. 'Sorry, Sophie, maar ik laat je hier niet alleen.' Hij keek bezorgd. Ooh, wat was hij toch lief, dacht Sophie. 'Ik red me wel, Vince', zei ze. 'Je moet naar huis, je ouders zijn vast ook ongerust, je bent hier al zo lang!' -'Oké…', zei Vince toen zacht. Met tegenzin liep hij naar de gang en trok zijn jas aan. Menno volgde hem. Melanie bleef bij Sophie staan. 'Sooph, ik blijf wel bij je hoor. Ik laat je niet nog eens alleen.' Sophie gaf haar een knuffel. 'Dat is goed, Mel.' Ze vond het fijn dat er toch nog iemand bij haar bleef. Vince en Menno stonden bij de deur. Sophie zei Menno gedag. Ze kende hem nu van een heel andere kant. Eerst leek hij zo stoer, maar nu... Toen liep ze naar Vince. 'Morgen samen naar de bios?', vroeg hij. 'Is goed!', zei ze en ze gaf hem een kus op zijn wang. De jongens gingen weg en Sophie en Melanie liepen naar de trap om te gaan slapen. Plotseling hoorde Sophie nog net iets door de brievenbus vallen. Het was... de ketting van haar oma...