De bijzondere plotwending van Rosalie (12)

'Er is niks aan de hand hoor, lieffie. Die René waar jij het over had, is hier om een voorstel te doen voor het modellenbureau.' -'Maar ik.. Jij.. We hadden nog niets besloten. Hoe kun je dit nu doen?', vroeg Sophie aan haar moeder.  'Kom Sophia, er is ook nog niets besloten. Ga hem nu eerst maar even vriendelijk gedag zeggen en kijk wat hij voor aanbod heeft', zei haar moeder. Met tegenzin liep Sophie de kamer in. Met uitgestrekte hand stond René op. Sophie hield haar handen stijf op haar rug geklemd en ging op de oude schommelstoel zitten. René ging weer zitten en begon zijn verhaal. 'Toen ik jou gister zag, dacht ik: zij is echt helemaal geknipt voor het modellenwerk wat wij doen! Daarom wil ik jou een aanbod doen, Sophie. Waarom draai je morgen niet een dagje mee? Het zou een groot verlies voor ons zijn als je dit aanbod niet zou aannemen.' Sophie keek bedenkelijk. Aan de ene kant vertrouwde ze René nog steeds niet, maar aan de andere kant; een dagje meedraaien met echte modellen klonk ook niet verkeerd. En dan was er nog Layla. 'Oké, maar alleen als mijn vriendin Layla, je weet wel van gisteren, mee mag', zei Sophie toen. René keek even naast zich. De twee vrouwen knikten bijna onzichtbaar. 'Oké, kom dan morgen om tien uur naar het park op de Hortensialaan.' Na die woorden stond hij op en liep zonder verder nog iets te zeggen naar buiten, met de twee vrouwen achter hem aan. Even later hoorde Sophie zijn auto wegrijden. Ze rende meteen naar boven om Layla te bellen. Helaas nam ze niet op. 'Hoi, met Sophie. Bel me snel terug of kom morgen om tien uur naar het park op de Hortensialaan. Doei!', sprak Sophie snel op Layla's voicemail in. De rest van de middag was Sophie in een roes. Allerlei gedachten spookten door haar hoofd. René met zijn modellenbureau, Layla en dan had ze ook nog dat gedoe met Stephan. Zou ze Stephan bellen? Nee, toch maar niet. Ze wilde niet te opdringerig lijken. Misschien had ze na morgen echt een reden om hem te bellen. Na het eten kroop ze al vroeg in bed. Ze moest alleen zijn met haar gedachten, maar tot haar eigen verbazing viel ze al vroeg in slaap.

De volgende dag werd Sophie ruw gewekt door het geluid van de deurbel. Haar moeder sliep met dopjes in haar oren, dus zou ze zelf open moeten doen. Slaperig liep ze de trap af. Voor de deur stond Layla. 'Waarvoor moest je me nu weer hebben, muts?', vroeg Layla kil. Sophie voelde de woede in zich op borrelen. 'Ik wilde eigenlijk vragen of je meeging naar het modellenbureau, maar je hebt duidelijk geen zin.' Met die woorden sloot Sophie de deur en wachtte even. Er werd alweer opnieuw aangebeld. Deze keer stond Layla bijna te springen van opwinding. 'Sorry! Bedankt! Ik wil heel graag mee. Ga even snel naar huis om wat anders aan te doen! Love you!' Lachend keek Sophie hoe haar bff op haar fiets sprong en wegracete.
Om stipt half tien stond Layla weer voor de deur. Ze zag er prachtig uit. Ze had haar dikke blonde haar gekruld en haar blauwe ogen kwamen door de donkere oogschduw nog beter uit. Een moment lang kon Sophie haar alleen met open mond aanstaren. ‘Wauw’, zei ze bewonderend. ‘Je ziet er echt geweldig uit.’ Layla glimlachte en draaide een rondje. ‘Nou’, zei Layla, terwijl ze naar haar keek. ‘Ik geloof niet dat jij er ook ooit zo mooi uit hebt gezien.’ Een beetje onzeker keek Sophie naar haar blauwe jurkje. ‘Weet je het zeker?', vroeg ze zacht. -‘Helemaal!’,lachte Layla. ‘Jij moet toch echt eens wat zekerder van jezelf worden hoor, Sooph. Kom, we gaan!' 
                                                                                                                                                    
Na een kwartiertje kwamen ze aan bij het park op de Hortensialaan. Sophie keek zoekend om zich heen. René was in geen velden of wegen te bekennen. ‘We wachten wel even’, besloot Layla. Na tien minuten kreeg Sophie er toch wel genoeg van. ‘Zullen we gaan?’, vroeg ze. Layla keek haar geschokt aan. ‘Nee zeg. Zo'n kans krijg ik maar een keer in mijn leven. Ik blijf!’ Na nog vijf minuten verscheen René eindelijk bij de ingang van het park. Twee kleerkasten van mannen vergezelden hem. In plaats van mooie dure kleren droeg René nu een gekreukt, vies overhemd en een zwarte broek. Ook van zijn joviale glimlach was niets meer over. De uitdrukking op zijn gezicht had meer iets boosaardigs. ‘Laten we gaan’, fluisterde Sophie in Layla`s oor. Dit keer stond Layla meteen op. ‘Jullie gaan toch nog niet weg dames?’, riep René vanuit de verte. ‘Nee, daar zorg ik wel voor’, vervolgde hij dreigend. Sophie en Layla begonnen te rennen, maar op dat moment kwamen de kleerkasten in actie. De twee vriendinnen werden vastgegrepen. Sophie gaf een gil, maar die werd gesmoord door een hand die zich stevig om haar mond sloot. Shit, dacht ze, waarom heb ik mijn mobiel nu niet mee? Ze probeerde zich los te rukken, maar de man was te sterk. Naast zich zag ze Layla vechten, maar het lukte haar ook niet om los te komen. Toen kreeg Sophie een klap op haar hoofd. Alles werd zwart...

Sophie werd wakker met een barstende hoofdpijn. Ze had een touw om haar polsen en zat met haar rug tegen die van Layla gebonden. Haar vriendin was al wakker en probeerde los te komen. Toen klonk het geknars van een sleutel in het slot. René kwam binnen, samen met een man die Sophie ergens heel bekend voorkwam. Hij had een blinddoek om. ‘Zo, baas. Hier is dan uw verrassing’, zei René. De blinddoek werd verwijderd en de man sperde zijn ogen wijd open. Ook Sophie keek hem met open mond aan. Het was haar vader! Ze herkende hem van de foto die thuis aan de muur hing ‘Sophia?’, wist haar vader met moeite uit te brengen. Sophie knikte. Haar vader richtte zich tot René. ‘Maak ze meteen los!’ Toen Sophie zich weer vrij kon bewegen, vertelde haar vader dat hij een succesvol modebedrijf had en weer contact had met haar moeder, maar dat hij van haar Sophie niet meer mocht zien. ‘Maar ik kan jullie niet zomaar laten gaan’, besloot hij zijn verhaal. ‘Het zal morgen in alle kranten staan. Roberto Veccini opgepakt wegens kinderontvoering. Nee, dat kan niet.’ Na die woorden liepen René en hij de kamer uit. De sleutel knarste in het slot. Sophie en Layla zaten vast.

Intussen ijsbeerde Sophies moeder door het huis. Waar kon haar dochter zijn? Het werd al donker en ze was er nog steeds niet. Misschien had iemand haar wel ontvoerd! Maar wie? Opeens flitste René door haar hoofd. Op de tafel lag het kaartje dat René aan haar dochter had gegeven. Het adres: Rozenwaterstraat 84. Op dat moment ging de telefoon. Het was Stephan. Hij wilde weten waar Sophie uithing. ‘Stephan’, zei Sophies moeder gehaast. ‘Ik heb een vermoeden waar ze is. Als je haar wilt helpen, kom dan naar Rozenwaterstraat 84.’ Ze hing op en belde de politie. Binnen vijf minuten stopte er een politiewagen voor de deur. Sophies moeder stapte in en met een hoge snelheid racete ze door de stad. Toen ze uitstapten bij Rozenwaterstraat 84, kwam Stephan op zijn fiets aanrijden. Een van de agenten belde aan bij het gebouw, maar er werd niet opengedaan. De agent haalde een loper uit zijn zak en stak hem in het slot. Hij wenkte zijn collega's en ging weer naar binnen, op de voet gevolgd door Stephan en Sophies moeder. In welk gebouw waren ze nu weer terechtgekomen?

Sophie en Layla zaten in zak en as. Wat zouden de mannen met hen gaan doen? Ze kwamen hier vast nooit meer uit. Sophie keek stil voor zich uit en Layla controleerde de kamer op ontsnappingsmogelijkheden. Opeens klonk er geschreeuw aan de andere kant van de deur. ‘Waar zijn ze? Zeg het!’, schreeuwde een stem. Sophie spitste haar oren. Was dat niet te stem van Stephan? Ze sprong op en rende naar de deur. ‘We zijn hier!’, gilde ze zo hard als ze kon. Ze hadden haar verstaan, want het geschreeuw hield op. Toen werd de deur geopend en Stephan rende de kamer in. Achter hem stonden vijf politieagenten en haar moeder. Sophie werd omhelsd door Stephan en haar moeder. Daarna liep ze naar Layla toe. ‘Ze hebben ons gered’, riep Sophie terwijl ze Layla omhelsde. Toen liepen Sophie, haar moeder, Layla en Stephan samen naar buiten en gingen het eerste beste restaurant binnen om te vieren dat alles toch nog goed gekomen was.
Later, toen Stephan en Sophie samen bij Sophie in de tuin zaten, sloeg Stephan opeens zijn arm om Sophies schouders. Sophie voelde zich warm worden. ‘Sophie, wil je verkering met mij?’, vroeg Stephan aarzelend. ‘Oh Stephan’, zei Sophie. ‘Ik zou niets liever willen.’ Toen voelde Sophie zacht Stephans lippen op de hare. Ze sloot haar ogen en zakte weg in een eindeloze zoen.

Inloggen

of log in via: