Hoe moeilijk kan het zijn om je nagels te lakken. Nou, best lastig, want waarschijnlijk maak jij deze mistakes ook wel eens.

#1. Je laat je nagels niet lang genoeg drogen
Je nail polish zat helemaal on fleek en toen… moest je plassen en ging alles er weer af, omdat je je gulp opendeed. Bummer! Zorg ervoor dat je na het lakken een halfuur doodstil kunt blijven zitten of zet even de föhn op je nagels.

#2. Je brengt te snel een tweede laagje aan
Dunne laagjes nagellak geven het mooiste effect, maar dan moet je ze tussendoor wel even de tijd geven om te drogen. Anders krijg je dikkere plekken tussendoor. Niet fijn.

#3. Je smeert je huid vol
Haastige spoed is zelden goed en dat geld zeker als je je nagels lakt. Voor je het weet is de huid van je vingers ook roze, rood of groen. Dat staat dan weer niet zo charmant… Tip: dip een wattenstaafje in de nagellakremover en werk je vingers na het lakken even bij.

#4. Je gebruikt geen basecoat
Basecoat lijkt een overbodige stap, omdat je het resultaat toch niet ziet. Maar wist je dat je nagels kunnen verkleuren als je geen basecoat gebruikt? En dan kom je er ook niet meer vanaf…

Lees ook: Wat zegt jouw nagellak over jou?

#5. Je doucht meteen erna
Heb je onder de douche ook wel eens gemerkt dat je nagellak gaat bladderen of dat er blaasjes tussen de lagen ontstaan? Dat komt door de combinatie van warmte en vocht. Als je nagellak nog niet keihard is, zorgt die ervoor dat je nagellak van je nagels afgaat.
 
#6. Je bewaart je nagellak te lang
Na een jaar wordt je nagellak te dik om nog lekker te smeren. Tip: doe er een druppeltje nagellakremover bij. Zo wordt-ie iets vloeibaarder en kun je je nagels nog een keertje lakken.

#7. Je gebruikt een remover met aceton
Beter koop je nagellakremover zonder aceton. Van de soorten waarin dit goedje wel zit, kun je namelijk witte plekjes op je nagels krijgen.

Lees ook: 7 tips voor prachtige nagels