Naar een concert gaan is geweldig. Niet alleen is het een superleuk uitje met je BFF, vader, zus of boyfriend, je krijgt ook nog eens de kans om je idool in levende lijve te zien! Maar als je vaker naar concerten gaat, kom je er vanzelf achter dat het niet altijd alleen maar leuk is. Hieronder 11 struggles die elke concertganger herkent.

 

 

1. Lange Jan
Oké, lange mensen kunnen moeilijk geweigerd worden aan de deur, maar moet er nou echt een heel basketbalteam voor je neus staan?

2. Slim inkopen
Voor de show merchandise kopen om zo de drukte voor te zijn: slim idee! Maar vervolgens hangt er wel de hele show een plastic tas aan je pols, wat alles behalve handig is als je foto’s probeert te maken of als je je dance moves wilt laten zien. En dat is als je er al een plastic tasje bij krijgt… 

3. Opgestaan, plaatsje vergaan
Je hebt de hele middag niets gedronken om dit te voorkomen, maar je moet toch echt plassen. Daar sta je dan: tien minuten voor het hoofdprogramma begint, platgedrukt tegen het hek, recht voor het podium. Dé plek om te staan. Nu heb je twee opties: blijven staan met het gevaar recht voor je idool in je broek te plassen óf over het hek klimmen, naar de wc gaan en aan haren trekken om weer op je plekje terug te komen. May the odds be ever in your favour.

4. Dancing queen
Dansen is bij sommige concerten een must. Maar die propellerbeweging die dat meisje naast je met haar armen maakt, is geen dansen meer te noemen. Als ze een helikopter wil spelen, moet ze dat op het dak doen en niet met haar vuist in je gezicht. 

5. Douwûh!
Geduw: je kan er niet omheen, maar man wat is het vervelend. 

6. Tape erop
Ja, de band is heel leuk. Ja, jij bent ook verliefd op die überhotte gitarist. Maar moet dat kind achter je nou echt het héle concert door ‘I love you’ gillen? Het is nu wel duidelijk! Een hartje van je handen maken is ook leuk én een stuk minder luid…  

7. Klik
Er zijn twee soorten concertgangers: zij die de halve show door een lens bekijken en zij die dat niet doen. En die twee zullen elkaar nooit, maar dan ook nooit begrijpen. ‘Doe die camera eens weg, je ziet zo niets van de show!’ Wacht maar tot jij je filmpjes en foto’s online hebt staan en de zeikerd in kwestie ze keer op keer bekijkt om de show opnieuw te kunnen beleven. You’re welcome.

8. €€€
Snacks kosten in concertzalen gemiddeld een miljoen euro. Hoe kan een flesje cola nou meer kosten dan je ticket?! Dan maar verhongeren en uitdrogen.

9. The morning after
Au. Au, au, au. De hele avond staan en jezelf in allerlei onmogelijke bochten wringen om maar mooie foto’s te kunnen maken, is blijkbaar niet zo goed voor je rug. Is er een bottenkraker in the house?

10. Jasses
Dan is er nog de vraag: wat doe je met je jas? Uren buiten in de rij zitten zonder jas is geen doen in de winter, dus ‘m thuis laten is geen optie. Maar je jas ophangen, betekent een uur in de rij staan, waardoor je je fantastische plekje in de zaal vaarwel kunt zeggen. En dan betaal je ook nog eens een fortuin voor zo’n bonnetje dat je waarschijnlijk toch verliest. En daarbij dan ook je jas. Aan de andere kant: als je je jas bij je houdt, verzuipt-ie in cola en bier, terwijl je arm zo lam wordt dat hij gevoelloos wordt. En dat is niet zo handig, aangezien je dan niet door hebt dat je jas valt en vertrapt wordt door je medeconcertgangers. Als het om jassen gaat, bestaat er geen goede oplossing.

11. Bel 112!
Hoe duur is de boete voor ‘brand!’ roepen in een volle concertzaal? Want als die minder kost dan de taxirekening die jij straks moet betalen als je de laatste trein mist, is het het misschien wel waard.

Lees ook: Voor het eerst naar een concert