Aimée (16) begon onschuldig met afvallen, maar al snel sloeg ze erin door. Ze ontwikkelde een eetstoornis en moest aan de sondevoeding.

Relatie met eten

‘Als ik terugkijk op mijn relatie met eten, kan ik zien dat deze al jong niet gezond was. Ik was altijd erg onzeker en was hierdoor vatbaar voor wat anderen zeiden over mijn uiterlijk. Op de lagere school werd ik vaak stevig genoemd, maar dat was helemaal niet het geval. Als jong meisje had ik altijd ondergewicht of een minimaal gezond gewicht, maar omdat ik stevig of dik werd genoemd, ging ik dit geloven. Ik had als jong meisje weleens eetbuien en durfde ook niet meer met anderen te eten. Ook deed ik weleens pogingen om af te vallen, maar daar sloeg ik dan nooit in door. Het was iets dat kwam en ging.

Middelbare school

Toen ik naar de middelbare school ging, begon ik me steeds meer eenzaam te voelen. Thuis waren er veel spanningen en ruzies. Dit was altijd al zo geweest, maar nu begon dit steeds meer invloed te hebben op hoe ik me voelde. Ik was ontzettend verdrietig en zag het leven niet meer zitten. Daarom ging ik dingen zoeken die ervoor zouden zorgen dat ik geen zelfmoordpogingen zou doen. Ik was op zoek naar iets dat me een gevoel van controle zou kunnen geven in het leven. Omdat ik me altijd al dik had gevoeld, begon ik met afvallen. Dit was een manier waarmee ik echt controle op mijn lichaam kon uitoefenen. En ik was hierdoor bezig met iets dat zorgde dat ik nergens anders meer over nadacht.

In het begin was het erg onschuldig. Ik viel een paar kilootjes af. Maar al snel merkte ik niet meer te kunnen stoppen. Als ik op de weegschaal stond en er was weer een paar kilo vanaf, voelde ik me een beetje trots. Toch was het nooit genoeg, er moest altijd meer af. Na een paar weken stond ik elke dag minstens zes keer op de weegschaal. Ik had ergens wel door dat het niet goed was, maar het gaf mij ook een soort van rust. Ik kon de hele dag bezig zijn met calorieën tellen, sporten om te verbranden en het wel en niet eten. Hierdoor had ik minder ruimte voor de sombere gedachtes. Het afvallen werd iets dat vertrouwd voelde. Iets waar ik grip op had. Het voelde als iemand die me steunde.’

Altijd koud

‘Na een aantal maanden was ik al heel veel kilo afgevallen. Ik at nagenoeg niks en dronk alleen nog water. Ik was ontzettend duizelig, mijn haren vielen uit en ik had het altijd koud. Mijn leerlingbegeleidster op school maakte zich zorgen. Tijdens gesprekken liet ik haar weten dat ik last had van sombere gedachten en het soms niet meer zag zitten. Zij laste daarna een gesprek in met mijn ouders. Tijdens het gesprek vertelde de leerlingbegeleidster dat ik volgens haar hulp moest krijgen bij de GGZ. Zodoende ben ik daarna naar de huisarts gegaan voor een doorverwijzing.

Toen ik bij de GGZ kwam voor mijn intakegesprek, moest ik een diagnostisch onderzoek invullen. Alles beantwoordde ik eerlijk, behalve dat ik bezig was met afvallen. Toen de psychologe ernaar vroeg, lachte ik een beetje. Ik zei dat ik er soms mee bezig was. Ze wilde mijn gewicht weten, maar ik wilde niet wegen en het ook niet zeggen. “Je weegt denk ik ongeveer 50 kilo?” vroeg ze. Ik zei ja, ondanks dat ik veel lichter was dan die 50 kilo. Ik was heel bang dat ze erachter zouden komen in hoeverre ik bezig was met afvallen. Dit vormde voor mij de perfecte oplossing om geen zelfmoord te plegen. Ik wilde absoluut niet dat ze dit zouden aanpakken. Dan zou ik geen controle meer hebben en konden die nare gedachten en gevoelens de overhand krijgen.’

Paniek

‘Na het onderzoek volgde al snel therapie. We hebben daarin veel gepraat over mijn suïcidale gedachten en na een aantal weken werd er besloten dat ik een gedwongen opname nodig had. Ik was behoorlijk in paniek, want hoe kon ik bij een opname ongemerkt afvallen? Thuis was het makkelijk. Alleen het avondeten deden we aan tafel en ik moest een behoorlijk stuk naar school fietsen. Zo kon ik ongemerkt calorieën verbranden. Toen ik werd opgenomen, merkten ze wel dat ik minder at, maar ze stelden er verder geen vragen over.

Sondevoeding

Ik zat daar niet vanwege mijn problemen met eten, maar vanwege mijn suïcidale gedachten. En mijn eetproblemen probeerde ik zo goed als ik kon verborgen te houden. Maar omdat ik niet kon fietsen en meer moest eten dan ik wilde, viel ik minder af dan ik wilde. Zonder de controle over eten en afvallen, werden mijn nare gedachten over de dood steeds heftiger. Ik deed tijdens de opname een aantal keer zelfs een zelfmoordpoging. Om de controle over eten en afvallen terug te krijgen, besloot ik helemaal te stoppen met eten en drinken. Na een week hiervan belandde ik weer in het ziekenhuis. Ik moest sondevoeding krijgen, anders zou ik het niet redden.’

Eetstoornis

‘Met sondevoeding krijg je voeding binnen via een slangetje. Dit slangetje gaat via je neus direct je maag in. Ik had hierdoor dus geen controle meer over het binnenkrijgen van voeding. Het voelde voor mij heel angstig. Ik hield mezelf voor dat het tijdelijk was. Zodra de sondevoeding eruit zou gaan, zou ik weer kunnen afvallen. Dat is ook gebeurd. Toen de sonde er na acht weken uit ging, begon ik direct weer met afvallen. Maar inmiddels was voor de hulpverlening ook duidelijk dat mijn problemen niet enkel de suïcidale gedachten waren, maar dat ik ook een eetstoornis had. Toen ik weer ging afvallen, ben ik doorgestuurd naar een eetstoorniskliniek om daar hulp te krijgen. Ik kreeg te horen dat als het niet beter met me ging, er weer een gedwongen opname zou komen. Dit wilde ik absoluut niet. De eerdere opname vond ik verschrikkelijk, omdat ik dan geen enkele controle meer had. Dat was een motivatie om toch maar te proberen om te gaan eten.’

In de spiegel

‘In de eetstoorniskliniek leerde ik eigenlijk opnieuw om te eten. Ik moest bijvoorbeeld nutridrink drinken. Dat is een drankje met heel veel calorieën. Daarbij moest ik dan ook crackers eten. Het was allemaal heel erg moeilijk, omdat ik zo graag de controle wilde behouden. Maar als ik dacht aan de gedwongen opname, had ik de motivatie om door te zetten. Stapje voor stapje leerde ik om met de sombere gedachten om te gaan, in plaats van deze weg te drukken met de eetstoornis.

Nu ben ik bijna op een gezond gewicht en heb ik mijn eetstoornis niet altijd meer nodig om de dagen door te komen. Maar in moeilijke tijden val ik weer terug, want het is zwaar als je je elke dag zo ontzettend dik voelt, spanning en gedachten hebt tijdens eetmomenten en het gevoel hebt dat je niemand kan vertrouwen, behalve je eetstoornis. Rationeel weet ik wel dat ik niet dik ben, maar mijn lichaamsbeeld als ik in de spiegel kijk, is helemaal vertekend. Een eetstoornis gaat niet over afvallen en wel of niet eten. Het wordt een verslaving waar je steeds dieper inzakt. Het is leven, maar toch op het randje van de dood staan.’

Accepteren

‘Naar de toekomst kijken vind ik heel moeilijk, maar ik hoop oprecht dat ik mezelf en mijn lichaam zal kunnen accepteren en dat er een dag komt dat ik met de eetstoornis om zal kunnen gaan. Daar ben ik nu nog niet. Hoe lang het ook goed gaat, ik zal altijd moeten oppassen voor een terugval. Alles is zo diepgeworteld… Voor mij is het belangrijk om te blijven praten. Ik heb altijd heel erg de angst dat mensen mij een aansteller vinden en dat het toch niet zo erg is. Maar het is belangrijk om een gevoel te benoemen en te uiten. Je kunt het wel onderdrukken door bijvoorbeeld erin mee te gaan, maar uiteindelijk komen je angsten, gedachten en gevoelens allemaal terug. Zodra je accepteert dat het er mag zijn en oplossingen zoekt, laat je het los. En dan kun je herstellen en weer vertrouwen vinden in jezelf, de wereld en mensen die je liefhebt. Daar ben ik nu heel hard mee bezig.’

*de gebruikte namen zijn om privacyredenen aangepast

Wil je meer real life verhalen lezen? Koop dan nu de GIRLZ online of in de winkel.

Lees ook:

Tekst: Michelle Iwema, GIRLZ Zomerboek 2019

Beeld: 123RF