Joyce (15) heeft een hele stoere hobby. Sinds een jaar doet ze aan fietscrossen. Over een zanderig en hobbelig parcours vol obstakels, probeert ze zo snel mogelijk de finish te bereiken op haar crossfiets.

Waarom ging je aan fietscrossen doen?
‘Mijn kleine neefje van zes ging proeflessen doen en vroeg of ik mee wilde. Daarna ben ik het blijven doen.’

Wat zijn de grootste verschillen tussen fietscrossen en gewoon fietsen?
‘Met fietscrossen heb je meer behendigheid nodig en je moet je goed kunnen focussen op de baan.’

Hoeveel tijd ben je aan je hobby kwijt?
‘Acht uur per week, aan trainingen en oefenen. Af en toe heb ik een wedstrijd.’

Hoe gaat zo’n training?
‘Eerst trainen we een half uur met de kleintjes mee met de startplank aan het parcours. Daarna trainen we met onze groep behendigheid op de baan.’

Doe je ook mee aan wedstrijden?
‘Ja. Bij de clubwedstrijden word ik meestal tweede of derde. Met de grote wedstrijden heb ik nog niets gewonnen.’

Is het gevaarlijk?
‘Ja, best wel. Je moet je echt focussen op de baan en niet afgeleid raken. Je moet zorgen dat je goed meebeweegt tijdens het crossen. Een keer ben ik over de kop gevlogen, daarna had ik pijn aan mijn nek, handen en buik.’

Zitten er nog meer meisjes op fietscrossen?
‘Op de club zitten nog twee andere meisjes: mijn nichtje en mijn tweelingzus. Verder zijn het eigenlijk vooral jongens.’

Wat wil je nog bereiken met fietscrossen?
‘Ik hoop dat ik een keer aan een EK of WK mag meedoen.’