De opa en oma van Lisa (20) overleden nadat het vliegtuig waar ze in zaten crashte.

Vakantie

‘Mijn opa en oma waren altijd lieve en betrokken grootouders. We gingen regelmatig naar ze toe en ze waren er altijd bij op belangrijke dagen. Ik heb fijne herinneringen aan samen met ze naar het speeltuintje gaan of een ijsje halen. Gewoon de normale dingen die je met je opa en oma doet.

Reizen was iets dat ze graag deden, en dan met name verre reizen. Ze hadden al heel wat van de wereld gezien, maar wilden nog een keer een reis naar Zuid-Afrika maken. Daarna wilden ze hun geld bewaren voor de erfenis. Dat laat zien hoe lief ze waren. Ze dachten altijd eerst aan hun kinderen en kleinkinderen en daarna pas aan zichzelf. Toen ik 11 jaar oud was, vertrokken ze dus naar Zuid-Afrika en hebben ze daar een mooie vakantie gehad. Voor de terugreis vlogen ze via Tripoli. Die plaats ligt in het noorden van Afrika. Daar zouden ze overstappen op een vliegtuig naar Nederland. Maar toen ze in het vliegtuig naar Tripoli zaten, stortte het vliegtuig vlak voor de landingsbaan neer. Van de 104 inzittenden, kwamen er 103 om.

Op het moment van de crash was ik met mijn ouders, broertje en zusjes in een vakantiehuisje om meivakantie te vieren. Ik werd ‘s morgens vroeg wakker gemaakt. De internetverbinding werkte het beste in mijn kamer en mijn moeder en zusjes waren druk bezig met dingen opzoeken. Daar werd ik wakker van. “We vergelijken de vluchtnummers van de vlucht van opa en oma,” hoorde ik. “Hun vliegtuig is misschien neergestort.” Ik kon dat niet bevatten. Even later bleek hun vluchtnummer inderdaad van het neergestorte vliegtuig te zijn. Op internet was ook te lezen dat niemand het had overleefd, op een klein, Nederlands jongetje na. Hij was de enige overlevende. We hebben daarna met zijn allen op de bank gehuild. Die middag zijn we het leven van mijn opa en oma gaan vieren met een high tea. We waren heel verdrietig maar wilden ook stilstaan bij hoeveel we van ze hielden.’

Klein stukje vliegtuig

‘De volgende dag gingen we allemaal iets anders doen. Mijn ouders gingen naar een nabestaandenbijeenkomst van de ramp en mijn zusjes en broertje gingen met kennissen naar een pretpark. Ik besloot om in het huisje te blijven. Omdat er heel veel Nederlanders in het vliegtuig zaten die zouden overstappen in Tripoli, was er veel aandacht voor in de Nederlandse media. Ik heb urenlang het nieuws gekeken. Telkens zag ik dan de beelden van wat er over was van het vliegtuig. Je zag nog maar een klein stukje van het vliegtuig dat heel was, de rest was allemaal puin.

De weken daarna waren ook moeilijk omdat we moesten wachten tot de lichamen van mijn opa en oma waren gevonden. Eerst vonden ze mijn oma, daarna mijn opa. We kozen ervoor om ze samen terug te laten vliegen en een maand na het ongeluk konden we pas de uitvaartdienst houden. Ik weet nog wel dat deze erg mooi en kleurrijk was, qua gevoel precies zoals ze in het leven stonden. En dat werd met de dienst echt gevierd.

Daarna heb ik eigenlijk voor mezelf gedaan alsof het niet was gebeurd. Ik kon niet goed omgaan met de emoties, dus stortte ik me op school, sporten of fout bezig zijn met eten. De ene keer had ik eetbuien, dan at ik weer niks. Ik was daarnaast ook heel erg bang voor alles. Ik was altijd bang om verlaten te worden. Vooral omdat wat mijn opa en oma was overkomen zo een kleine kans had, dacht ik aan alle dingen die een grotere kans hadden. De kans van een vliegtuigongeluk was één op de miljoen. Je hebt een veel grotere kans om een auto-ongeluk te krijgen, dus durfde ik niet meer met de auto. Zo sukkelde ik eigenlijk jaren door.

Op een gegeven moment ging dit mijn ouders ook opvallen en vonden ze dat ik met de huisarts moest praten. Zij dachten dat ik misschien naar een diëtiste moest, omdat ze zagen dat ik problemen had met eten. Maar de huisarts dacht er anders over en stuurde me door naar een psycholoog. Daar stelden ze een trauma als oorzaak en heb ik EMDR-therapie gekregen. Dan vertel je telkens weer over het trauma, tot dit steeds beter gaat. De eerste keren vond ik het heel moeilijk om te vertellen over de dag van het ongeluk. Er kwam zoveel onverwerkte pijn naar boven! Maar hoe vaker ik erover vertelde, hoe beter het ging. Die therapie heeft me dus echt ontzettend geholpen.’

Vliegangst

‘Ondanks dat ik het ongeluk een plekje had gegeven, ben ik nog steeds weleens angstig. Het verschil is in de manier waarop ik ermee omga. Dat ik bijvoorbeeld geen foute dingen doe qua eten om er maar niet aan te denken, maar dat ik me bewust ben van de angst en accepteer deze te hebben. De angst om plotseling verlaten te worden, zal ik denk ik altijd houden. Het is me namelijk overkomen en hoezeer ik het ook heb verwerkt, dat wat er is gebeurd, verandert niet. Vliegen is ook iets dat gepaard gaat met veel angst, maar ik doe het wel. Ik wil alleen wel iemand naast me hebben die ik ken en het liefst bij de vleugel zitten. Dan heb je bij een ongeluk de meeste kans om te overleven. Het engste vind ik opstijgen en natuurlijk landen.

Ik heb weleens in een vliegtuig een paniekaanval gehad. Toen moest ik in een zakje blazen tot ik weer rustig werd. Maar ik heb het dan toch maar mooi wel gedaan. Het heeft me dus niet weerhouden om leuke trips met school of vriendinnen te kunnen ondernemen. Mensen weten ook wat ik heb meegemaakt, dus ze snappen het ook wel. Natuurlijk zou ik er helemaal vanaf willen komen, maar ik denk dat er altijd een stukje angst blijft. Op het moment van vliegen heb ik geen controle over de situatie en daar kan ik dan niet mee omgaan.

Andere vliegrampen in de media halen natuurlijk de herinneringen weer naar boven. Dan denk ik aan alle nabestaanden en wat zij zullen ervaren, omdat ik dat ook heb meegemaakt. Ik weet welk proces zij door zullen maken. Op die momenten voel ik eventjes pijn, maar het overheerst dan niet meteen mijn leven. Ik kan het daarna ook weer van me afzetten. Ook zorg ik dat ik dan niet urenlang naar de tv-berichten kijk over die vliegramp, dat maakt me alleen verdrietig. Ik merk wel dat mensen het heel heftig vinden om te horen dat ik mijn grootouders ben kwijtgeraakt in een crash. Alleen weet ik nooit zo goed hoe ik daarop moet reageren. Ik kan over het feit dat me dit is overkomen wel luchtig praten. Dat komt door de therapie, maar verder houd ik het liever voor mezelf. Het is toch iets heel persoonlijks.’

Missen

‘Elk jaar is er een bijeenkomst voor de nabestaanden van de Tripoli ramp. Ik ben daar ook meerdere keren bij geweest. Een keer was ook de jongen erbij die de vliegramp als enige overleefde. Ik wist alleen niet dat hij het was toen ik hem zag. Hij was natuurlijk ook alweer wat ouder geworden, want de ramp was toen negen jaar geleden. Ik had verder ook geen behoefte om met hem erover te praten. Ik vind het al erg genoeg dat hij dat mee moest maken. Hij verloor die dag zijn ouders en broer, plus hij zat ook nog eens zelf in het vliegtuig. Ik hoop dat alles goed gaat met hem.

Tegenwoordig vind ik het op de dag van de ramp fijn om zelf even stil te staan bij mijn opa en oma. Dan denk ik aan alle leuke dingen die we met elkaar deden. We hebben ook een keer als gezin videobeelden van vroeger bekeken. Dat was ook mooi om te doen. Waar ik ook ben, ik steek altijd een kaarsje voor mijn opa en oma aan op 12 mei. Dan denk ik aan ze en natuurlijk mis ik ze dan nog steeds, maar ik probeer altijd juist aan de mooie dingen te denken. Dat is hoe ik ze wil herinneren.’

Wil je meer real life verhalen lezen? Koop dan nu de GIRLZ online of in de winkel.

Lees ook:

Tekst: Michelle Iwema, GIRLZ Zomerboek 2019

Beeld: 123RF