Valerie (22) zag haar toekomst in duigen vallen toen ze hoorde dat ze schildklierkanker had. Maar al snel besefte ze dat ze de situatie niet kon veranderen. Ze had kanker en dat moest zo snel mogelijk weg. Nu moet ze de rest van haar leven medicijnen slikken.

Cyste

‘Op mijn vijftiende ontdekte ik een cyste in mijn hals, bij mijn schildklier. Via de huisarts kwamen we bij een internist in het ziekenhuis. Omdat ik geen last had van de bult en de internist niets raars kon vinden, heeft hij er niets mee gedaan. De cyste ging vanzelf weer weg. Een jaar later, net voor het einde van het schooljaar, had ik weer een bult. Deze was groter dan de eerste cyste en zat meer naar het midden van mijn hals. We zijn voor de zekerheid weer naar een internist gegaan en deze maakte een echo en deed een punctie. Hierbij worden een paar cellen ‘opgezogen’ en onderzocht. Ik maakte me geen zorgen. “De cyste zal vanzelf wel weer weggaan”, dacht ik.’

Nuchter

‘Een paar weken later kwam de uitslag: het waren onrustige cellen. Ik had geen idee wat dat betekende, maar toen iedereen het over kanker had, heb ik mijn moeder gevraagd of ik dit had. Mijn moeder bevestigde dit. Ze was ervan uitgegaan dat ik wist wat onrustige cellen waren. Toen ik hoorde dat ik kanker had, stond mijn leven even stil. Ik sportte veel, ging naar het examenjaar en wilde dolgraag kleuterjuf worden. Heel even zag ik dit allemaal aan me voorbij gaan. Maar ik besefte dat ik de situatie niet kon veranderen. Ik had kanker en dat moest zo snel mogelijk weg. Ik kon niet gelijk geopereerd worden, dus ging ons leven gewoon door en stonden we niet teveel stil bij wat er zou komen. Mijn conditie ging wel achteruit waardoor ik snel moe was, maar verder voelde ik me helemaal niet ziek. We gingen op vakantie en vol goede moed begon ik daarna aan mijn examenjaar.

Zelf maakte ik me niet zoveel zorgen, het zou allemaal wel goedkomen. Mijn ouders waren wel bezorgd. Ze vroegen vaak hoe het met me ging en of ze iets voor me konden doen. Dat was fijn en erg lief van ze. Ook kreeg ik veel beterschapkaartjes en bezoekjes van familie en vrienden. Daardoor besefte ik dat ik blijkbaar wel echt ziek was. Alleen mijn broer dacht er hetzelfde over als ik. Hij stond nuchter in de situatie, met hem en zijn beste vriend kon ik daarom goed praten.’

Slecht nieuws

‘Toen het schooljaar net was begonnen, werd ik opgeroepen voor een operatie. De chirurg dacht dat mijn tumor goedaardig was, daarom wilden ze de helft weghalen om het daarna te onderzoeken. De operatie duurde een paar uur. De patholoog keek mee om de tumor te beoordelen. Hij kon geen oordeel vellen omdat het een zeldzame vorm bleek te zijn. Na de operatie lag ik zeven dagen in het ziekenhuis. Mijn moeder was dag en nacht bij me en mijn vader en broer kwamen zo vaak ze konden. Ik had gelukkig niet veel pijn meer toen ik haar huis mocht, maar ik was wel erg moe. Ik ging halve dagen naar school en probeerde mijn leven op te pakken. Dat ging eigenlijk heel goed.

Bijna drie maanden later werd ik gebeld door het ziekenhuis en moest ik langskomen. Omdat ze deze vorm van een tumor niet kenden, hebben ze deze laten onderzoeken in Amerika. Het bleek toch kwaadaardig te zijn. Mijn hele schildklier moest eruit. Hier had ik het heel moeilijk mee. Ik functioneerde prima met een halve schildklier, ik had nergens last van. Ik wilde mijn examens doen en gewoon verder gaan met mijn leven. Helaas kon dat even niet, de schildklier moest eruit en ik moest weer onder het mes.’

Kerstmis

‘Een week voor de kerstvakantie werd ik weer geopereerd. Omdat de eerste operatie voorspoedig was verlopen, dacht ik voor de Kerst weer thuis te zijn. Maar helaas, ik kreeg een longontsteking en tot overmaat van ramp ook een darminfectie. Op Eerste Kerstdag lag ik nog steeds in het ziekenhuis. De wond deed pijn en ik was moe, maar verder voelde ik me goed. Het was best gezellig in het ziekenhuis en ik had leuk contact met andere meiden op mijn afdeling. Overal hing kerstversiering, we keken samen All You Need is Love en van de zusters kregen we een kerstsok met chocola en een speciaal kerstontbijtje. Frans Bauer en zijn vrouw Mariska kwamen langs met een kerstpakket voor ieder kind. Dat was te gek. Maar natuurlijk was ik liever thuis bij mijn familie geweest.

Aan het einde van Eerste Kerstdag mocht ik gelukkig naar huis. Ik ben vlak na Kerst jarig en ik was blij dat ik dat thuis kon vieren met mijn familie, opa en oma en een goede vriendin. In de dagen daarna heb ik veel bezoek gehad van vrienden en familie. Hun aanwezigheid en interesse in mij gaven me veel kracht. Ik fleurde echt op van hun bezoekjes. Ik knapte redelijk snel op en ging weer halve dagen naar school.’

In quarantaine

‘Vier weken na de operatie moest ik een behandeling ondergaan met radioactief jodium. Een schildklier kunnen ze nooit helemaal verwijderen, er blijven altijd kleine restjes achter. Ook kunnen er nog onzichtbare uitzaaiingen zitten in mijn lichaam. Om deze ook te bestrijden, kreeg ik radioactief jodium via een pilletje. De straling hiervan is niet gevaarlijk voor je lichaam, maar wel voor eventueel achtergebleven kankercellen. Twee weken voor deze behandeling moest ik een zoutloos dieet volgen omdat de behandeling dan beter zou aanslaan. Ik at zoutloos brood en mocht maar een bepaald aantal gram kaas en vlees. Ik vond dit heel lastig en dat zoutloze eten vond ik maar niets. Tijdens de behandeling moest ik vier dagen in quarantaine. Dit is om mensen om me heen te beschermen tegen de straling. Het radioactieve jodium komt via zweet, speeksel, urine en ontlasting uit je lichaam en kan anderen treffen. Je zou er kanker van kunnen krijgen of onvruchtbaar van kunnen worden. Dat risico wil natuurlijk niemand nemen.

Ik zat met twee oudere vrouwen op een speciale gesloten afdeling van het ziekenhuis. Zelfs het eten werd even snel gebracht. Ik had het zwaar deze dagen. Ik was misselijk, futloos en voelde me eenzaam. De uren gleden langzaam voorbij en ik keek veel televisie of speelde spelletjes op m’n iPad. Ik kon wel appen en FaceTimen, dus dat deed ik ook veel. Toen mijn ouders langskwamen, moesten ze een speciaal pak aan en twee meter afstand houden. Het was moeilijk om papa en mama dichtbij te hebben maar toch zo ver weg. ’s Avonds huilde ik mezelf in slaap en hoopte ik snel weer met ze te kunnen knuffelen.’

Leefregels

‘Ik was blij en opgelucht toen ik naar huis mocht, maar ik kreeg strenge leefregels mee. Zo moest ik een meter afstand houden van iedereen en als ik langer dan twee uur met iemand was, moesten we twee meter afstand houden. Dit was helemaal niet leuk. Normaal zat ik gezellig met mijn broer op de bank en nu zat ik in het midden van de bank en hij op een stoel ernaast. Ook moest hij zijn bed verschuiven omdat de muur tussen onze slaapkamers niet dik genoeg was. Als ik met de hond ging lopen, kon dat alleen eventjes een klein rondje. Dit moesten we twee weken volhouden. Afgezien van een snelle knuffel tussendoor, miste ik fysiek contact heel erg.

Na de behandeling moest ik weer een week zoutloos eten en daarna hoorden we dat ik schoon was, de kanker was weg. Wat was ik blij! Ik kon mijn leven weer oppakken. We hebben dit gevierd met een heerlijk, niet zoutloos, broodje. Datzelfde jaar zijn we op vakantie geweest naar Amerika, waar we vierenhalve week door Californië hebben gereisd. Ik voelde me goed. Moe, maar goed.’

Positief

‘Ik zal de rest van mijn leven medicijnen moeten nemen. Door die medicijnen voel ik me vaak misselijk en ontzettend moe. Ik ben vatbaarder voor griep of verkoudheid. Toch is het me gelukt om mijn examens te halen. Weliswaar een jaar later, maar ik heb mijn diploma gehaald. Ik ben gestart met mijn opleiding voor secretaresse en ik sport weer drie keer in de week. Mijn conditie is erg achteruit gegaan en ik hoop ooit weer op hetzelfde niveau te kunnen sporten als voordat ik kanker kreeg. Van sporten krijg ik energie en word ik blij. Ik zou dolgraag kleuterjuf willen worden maar op dit moment is dat niet haalbaar, omdat ik snel moe ben. Een groep kleuters zou te veel voor me zijn. Ik hoop dit in de toekomst weer te kunnen oppakken.

Ik merk dat er op kanker een taboe ligt. Als je zegt dat je kanker hebt, schrikken mensen en weten ze niet wat ze moeten zeggen. Er wordt liever niet over gesproken. Ze denken vaak meteen aan chemo, haaruitval en de dood. Daarom vond ik het lastig om met leeftijdgenootjes te praten over mijn ziekte. Ze vroegen weleens hoe het met me ging, maar échte gesprekken hadden we er niet over. Wel kreeg ik veel kaartjes, op die manier wist ik dat ze aan me dachten. Van vrienden van mijn ouders kreeg ik een kettinkje met een klavertje vier. Deze draag ik nog altijd. Ik ben niet bang dat de kanker terugkomt en kijk vol goede moed naar de toekomst!’

*de gebruikte namen zijn om privacyredenen aangepast

Wil je meer real life verhalen lezen? Koop dan nu de GIRLZ online of in de winkel.

Lees ook:

Tekst: Selma Ogterop, GIRLZ 1 2019

Beeld: Unsplash