drugs alcohol verslaafd

Real life story: ‘Zodra ze opstonden, trokken mijn ouders een blik bier open en kwam de drugs op tafel’

De ouders van Lisanne (14) zijn verslaafd aan alcohol en drugs en kunnen daarom niet voor haar zorgen.

‘Zolang ik me kan herinneren, drinken mijn ouders alcohol en gebruiken ze drugs. Al toen ik klein was, dronken ze de hele dag door. Zodra ze ’s ochtends opstonden, trokken ze een blikje bier open en kwam de drugs op tafel. Ik kon best goed opschieten met mijn ouders, maar omdat ze steeds meer gingen gebruiken, werd onze band slechter. Soms gingen ze de straat op om aan mensen te vragen of ze alcohol of geld voor drugs voor ze hadden. Het begon kennissen van ons ook op te vallen dat het steeds minder goed ging met mijn ouders. Mijn zusje en ik brachten daarom vaak de dag door bij die kennissen. Zij hadden ook kinderen dus dat was best gezellig, maar natuurlijk wilde ik liever dat mijn ouders niet verslaafd waren. Hun verslaving ging voor onze opvoeding en dat voelde eenzaam.’

Uit huis gehaald

‘Ik was 6 jaar toen ik op een dag door mijn vader werd opgehaald van school. Hij bracht me naar de buren, maar vertelde niet waarom. Mijn zusje was er ook en samen hebben we de rest van de dag doorgebracht bij de buren. Toen kwamen er mensen die mijn ouders meenamen. Ik had geen idee waar ze heen gingen. Later werden mijn zusje en ik ook opgehaald.

Het bleek jeugdzorg te zijn. Ze vertelden dat mijn zusje en ik naar een pleeggezin moesten omdat het thuis niet meer veilig voor ons was. Wat er precies gebeurde en wat ik op dat moment dacht, kan ik me niet goed meer herinneren. Ik weet nog wel dat ik het wel snapte; ik zag mijn ouders altijd dronken en de drugs die ze gebruikten, lag gewoon op tafel verstopt onder een bakje. Dus ik begreep wel dat het daarmee te maken moest hebben.

Mijn zusje en ik hebben eerst een week in een groep gewoond. Dat is een groep met kinderen die bij hun ouders zijn weggehaald. Na een week mochten mijn zusje en ik naar een pleeggezin. Het was een erg streng gezin en ik voelde me er niet fijn. Na zes weken werden we naar een ander gezin gebracht omdat het niet goed klikte. Dit was een fijn gezin waar ik me op mijn gemak voelde.

Ik had toen geen contact met mijn ouders. Dat vond ik heel erg moeilijk. Iedereen heeft zijn of haar ouders nodig en die van mij waren er niet voor me. Ze lieten me in de steek. Het pleegezin was gelukkig zo aardig voor me, dat ik minder aan mijn ouders dacht. Helaas moesten we na negen maanden weg bij deze mensen. De man was erg ziek geworden, waardoor het stel niet meer met volle aandacht voor ons kon zorgen. Ik vond het heel erg jammer, want ik had net een plekje gevonden waar ik me een beetje thuis voelde.’

Rare telefoontjes

‘Gelukkig kwamen we weer in een fijn gezin waar ze superaardig voor ons waren. Mijn ouders mochten van jeugdzorg telefonisch contact opnemen. Daar was ik in eerste instantie heel blij mee was, maar ik merkte dat ze nog altijd dronken en verslaafd waren. Als ze belden, vroegen ze meestal hoe het op school ging en hoe m’n dag was, maar soms hadden ze ook hele rare vragen.

Dan vroegen ze bijvoorbeeld of ik nou al eens alcohol dronk. Ik kon hier niet goed tegen en vroeg mezelf af of ze helemaal gek geworden waren. Ik hing dan vaak midden in het gesprek op, ik had geen zin meer in het rare gedrag van hen. Mijn ouders mochten af en toe op bezoek komen van jeugdzorg. Ook dan waren ze bijna altijd dronken. Voor onze veiligheid was er altijd een medewerker van jeugdzorg bij. Ik vond het fijn om mijn ouders te zien en elke keer hoopte ik dat ze normaal waren, maar telkens werd ik weer teleurgesteld.’

Niet meer veilig

‘Na een tijdje begonnen mijn ouders mijn pleeggezin te bedreigen. Ze schreven brieven en zeiden dat ze mij en mijn zusje van school zouden halen, of dat ze de ramen zouden ingooien om ons mee te nemen. Ik was erg bang. Het pleeggezin had school ingelicht over de bedreigingen en daar zouden ze extra op ons letten. Ook hebben ze jeugdzorg verteld wat er aan de hand was, omdat ze ook bang waren voor onze veiligheid. Het is juist de bedoeling dat je in een veilige omgeving bent bij een pleeggezin en dat was nu niet meer het geval. Jeugdzorg vond het beter dat we naar een ander gezin zouden gaan. Natuurlijk vond ik het moeilijk om alweer te moeten verhuizen, om weer te wennen aan een nieuwe plek en nieuwe mensen, maar ik begreep ook dat het zo niet langer kon.

Mijn pleegmoeder kende onze opa en oma en dacht dat dat misschien een goede plek zou zijn voor ons. Jeugdzorg ging bij ze op gesprek en mijn opa en oma vertelden dat ze heel graag voor ons wilden zorgen. En dus gingen mijn zusje en ik bij hen wonen. Ik was toen 11 jaar. Op mijn vierde hadden we al eens een jaar bij hen gewoond omdat het niet ging met mijn ouders, maar toen het na een jaar beter ging, moesten we weer naar huis. Ik was best blij dat ik weer bij ze mocht wonen. Het voelt fijn omdat ik ze al ken, dat is toch anders dan wanneer je bij vreemden gaat wonen.’

Geen contact meer

‘Ik vind het leuk om bij opa en oma te wonen. Soms is het wel vermoeiend, omdat ze wat ouder zijn en ik daardoor naast mijn schoolwerk ook klusjes moet doen. Mijn ouders houden zich rustig. Dat komt denk ik omdat ze opa en oma kennen en weten dat er goed voor ons wordt gezorgd. Ik heb geen contact met ze en ik mis ze heel erg. Ik voel me in de steek gelaten door de mensen die mij alle liefde zouden moeten geven. Mijn zusje woont inmiddels ergens anders. Ze had het erg moeilijk en begon dingen stuk te maken en soms te schreeuwen. Om voor mij, opa en oma de rust te bewaren, woont ze nu in een gezin vlakbij ons. Ik heb gelukkig wel veel contact met haar.’

Leven in het nu

‘Ik heb een moeilijke tijd achter de rug. Ik was heel verdrietig om de situatie met mijn ouders. Ik kon mijn gevoelens niet goed kwijt, waardoor ik snel boos werd. Mijn opa, oma en mentor op school zagen dat het niet goed ging. Op school haalde ik normaal gesproken altijd goede cijfers, maar door mijn verdriet haalde ik ineens allemaal onvoldoendes. Mijn opa en oma moesten op school komen voor een gesprek om een oplossing te vinden.

Ik ben naar een psycholoog gestuurd en dat heeft mij veel geholpen. Ze heeft me geleerd om met mijn verleden om te gaan en het een plek te geven. Ik heb geleerd er minder over na te denken en meer te leven in het nu. Ik vond het heel fijn om mijn verhaal kwijt te kunnen bij haar. Daarvoor had ik eigenlijk niemand waarbij ik dat durfde. Ik kijk met goede moed naar de toekomst en hoop later een leuke opleiding te kunnen doen en een goede baan te vinden. Ik ben blij dat er gezinnen zijn die hun liefde willen delen met kinderen die niet meer thuis kunnen wonen. Het heeft mij erg geholpen. Ik zou later graag zelf ook pleegmoeder willen zijn.

Natuurlijk ben ik weleens boos op mijn ouders. Ik vraag me dan af waarom ze zo nodig moesten drinken en drugs moesten gebruiken en zo verslaafd moesten zijn. Wat de reden van hun verslaving is, weet ik niet. Ik hoop dat ze ooit kunnen stoppen en dat we een normaal gezin kunnen zijn. Als ik aan ze denk, word ik heel verdrietig. Ondank hun levensstijl hou ik heel erg van ze. Ik zou graag leuke dingen met ze doen, zoals leeftijdgenootjes ook doen met hun ouders. Het liefst zou ik nu naar ze toegaan, ze knuffelen en ze vertellen dat ik heel veel van ze hou.’

Wil je meer real life verhalen lezen? Koop dan nu de GIRLZ online of in de winkel.

Lees ook:

Beeld: Unsplash / Tekst: Selma Ogterop – GIRLZ 8 2019

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde artikelen