Richelle (17) heeft een hele leuke bijbaan! Ze werkt namelijk elke zomer in de friettent van haar vader. Samen met haar collega bakt ze lekkere frietjes, kroketten en frikadellen.

Hoe ben je aan je baantje gekomen?
‘Vroeger hielp ik mijn vader al een beetje in de frietkar, maar later wilde ik er echt heel graag werken.’

Hoelang werk je al in de frietkar?
‘Ik werk er nu officieel drie jaar, maar ik hielp daarvoor al veel langer.’

Hoe vaak in de week werk je?
‘Normaal werk ik elke zondag in de frietkar, maar in de zomervakantie werk ik vier á vijf dagen in de week.’

Wat is er zo leuk aan je collega?
‘Ik kan geweldig goed met hem samenwerken. Hoe druk het ook is; we kunnen het samen allemaal aan. Voor de rest is het ongelooflijk gezellig, veel humor en ook buiten het werk is hij mijn beste vriend.’

Wat vind je zo gaaf aan je werk?
‘Het is vooral erg gezellig! De mensen zijn altijd vrolijk en maken vaak een praatje met je. Het is vooral lekker in de zomer met een muziekje op de achtergrond en een terrasje voor de kraam. Omdat we in Bruinisse (Zeeland, red.) staan, komen er ook veel toeristen langs. Sinds ik daar werk, kan ik daarom ook erg goed Duits!’

Wat vind je minder leuk aan je werk?
‘Het is vervelend om na een lange en drukke dag, weer alles te moeten opruimen, schoon te maken en bij te vullen.’

Hoeveel verdien je?
‘Ik verdien vijf euro per uur en na een drukke dag krijgen we soms wat extra's.’

Wil je later de frietkar van je vader overnemen?
‘Het lijkt me echt heel erg leuk om de frietkar later over te nemen, maar voor die tijd wil ik eerst nog heel veel reizen en de rest van de wereld zien!’

Welke snack vind je het lekkerst?
‘De bamischijf. Ik eet geen vlees, en de bamischijf is vegetarisch! En hij is ook nog eens lekker pittig!’