Als het over seks gaat, doen er nog steeds de wildste verhalen de ronde. Hier de feiten.

Fabel: Ik kan niet zwanger worden want ik ben nog nooit ongesteld geweest.
Feit: Theoretisch is het zo dat je vruchtbaar bent zodra je begint te menstrueren. Maar ook als je nog nooit ongesteld bent geweest, kun je zwanger worden. Twee weken voor je eerste menstruatie heb je namelijk je eisprong. Als je dan met een jongen vrijt, kun je zwanger worden. En erger nog: omdat je nog nooit ongesteld bent geweest, weet je ook niet wanneer je over tijd (en dus zwanger) bent.

Fabel: Masturberen is ongezond.
Feit: Vroeger zeiden ze dat je van zelfbevrediging doof of blind kon worden. Onzin! Masturberen is allesbehalve ongezond. Je kunt er niets van krijgen. Het ontdekken van je eigen lichaam is juist leuk en lekker!

Fabel: De eerste keer doet altijd pijn.
Feit: Dat hoeft niet zo te zijn. Bij sommige meisjes doet het pijn, bij andere niet. Het helpt als je ontspannen bent en je op je gemak voelt bij de jongen en de omgeving. Een lekker voorspel maakt het ook al een stuk gemakkelijker. Zo’n eerste keer is natuurlijk vaak een beetje eng, maar het hoeft zeker niet altijd pijn te doen.

Fabel: De eerste keer kun je niet zwanger worden want het maagdenvlies houdt alles tegen.
Feit: Het ‘maagdenvlies’ is een dun randje en geen compleet vlies. Het kan dus nooit zaadcellen tegenhouden! De eerste keer kun je dus net zo goed zwanger raken als alle andere keren. Gebruik dus altijd een condoom.

Fabel: Als je de pil gebruikt, vrij je veilig.
Feit: De pil beschermt tegen een ongewenste zwangerschap, maar niet tegen een Seksueel Overdraagbare Aandoening (SOA). Alleen een condoom beschermt tegen Seksueel Overdraagbare Aandoeningen. Wil je écht veilig vrijen, gebruik dan een condoom én de pil.

Fabel: Double Dutch is vrijen met twee condooms over elkaar heen.
Feit: Double Dutch is vrijen terwijl je de pil én een condoom gebruikt. Als je twee condooms over elkaar heen zou gebruiken lijkt dat misschien dubbel veilig, maar dat is het zeker niet. Doordat de condooms dan over elkaar schuren, gaan ze sneller kapot. Het is dus zelfs dubbel ónveilig!

Fabel: Voor het zingen de kerk uit is veilig.
Feit: Als een jongen zich terugtrekt vlak voordat hij klaarkomt, noem je dat ‘voor het zingen de kerk uit’. Maar in het voorvocht dat uit zijn penis komt vóórdat hij klaarkomt, zitten ook zaadcellen. Daar kun je dus zwanger van raken én je kunt erdoor besmet raken met een SOA.

Fabel: Je mag geen seks hebben als je ongesteld bent.
Feit: Er is niks op tegen om te vrijen als je ongesteld bent. Veel meisjes vinden het minder prettig omdat ze zich toch al niet zo lekker voelen of vanwege het bloed, maar er is geen lichamelijke reden waarom het niet zou mogen.

Fabel: Jongens hebben altijd zin in seks.
Feit: Het is een feit dat jongens vaker zin hebben in seks dan meisjes. Voor een jongen is het ook gemakkelijker om opgewonden te raken. Dat wil echter niet zeggen dat hij altijd en overal seks kan hebben. Soms heeft een jongen ook hoofdpijn of gewoon geen zin.

Fabel: Van pijpen en beffen kun je geen SOA krijgen.
Feit:
Geslachtsziekten of SOA worden overgedragen via sperma, bloed en vaginaal vocht. Als deze lichaamssappen in contact komen met slijmvliezen (vagina, anus en ook de mond) kun je besmet worden. Dus ook van pijpen en beffen kun je een SOA krijgen. Gebruik daarom altijd een condoom als je een jongen pijpt.